In Oost-Vlaanderen waren er eind september 2026 54.042 werkzoekenden zonder werk (WZW). Dit is een toename van 1,4% vergeleken met september 2025. Bijna zes op tien van deze werkzoekenden heeft een lange afstand tot de arbeidsmarkt.
Het aandeel voormalig niet-beroepsactieve werkzoekenden bedraagt 54%, wat duidelijk hoger ligt dan het aandeel werkzoekenden met een (aanvraag voor) werkloosheidsuitkering (40%). Door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd is de groep met een uitkering gevoelig verkleind. Een deel verschoof naar de groep voormalig niet-beroepsactieven, die met 29% sterk toenam ten opzichte van vorig jaar.
De conjuncturele terugval heeft nog steeds een groot effect op de arbeidsvraag. In Oost-Vlaanderen lag het aantal ontvangen vacatures, 51.149 in de laatste twaalf maanden, een vijfde lager (-19,9%) dan het jaar voordien.
De vacatures met een tewerkstellingsplaats in Oost-Vlaanderen bevinden zich voornamelijk in de driehoek Deinze-Aalst-Beveren, met Gent als belangrijkste tewerkstellingspool. Ook in Oudenaarde en het zuidoosten van de provincie zijn er veel jobmogelijkheden.
De arbeidsmarkt wordt ruimer, maar blijft krap. De toenemende spanningsindicator, nu op 4,9, wijst op een meer ontspannen arbeidsmarkt. De sterke daling van de arbeidsvraag, in combinatie met de gestegen werkloosheid, doet de krapte afnemen.
Toch blijft de zoektocht naar personeel in veel sectoren erg moeilijk. Dit geldt zeker voor de structurele knelpuntberoepen, die door de vergrijzing en tekorten vanuit het onderwijs niet zomaar zullen verdwijnen. Bovendien is de match met werkzoekenden, waarvan een aanzienlijk deel een lange afstand tot de arbeidsmarkt heeft, niet eenvoudig te maken.




