Biolandbouwers ontvangen meer dan 50% extra investeringssteun in 2025

Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) kende in 2025 een recordbedrag toe aan biologische landbouwbedrijven, met een stijging van ruim de helft ten opzichte van 2024.

Generieke afbeelding van een hand die een biologisch plantje vasthoudt met groene velden op de achtergrond.
AI

Generieke afbeelding van een hand die een biologisch plantje vasthoudt met groene velden op de achtergrond.

Biologische landbouwbedrijven in Vlaanderen hebben in 2025 een aanzienlijke stijging van investeringssteun ontvangen via het VLIF, met een toename van ruim de helft vergeleken met 2024.

In 2025 werd in totaal 3,8 miljoen euro VLIF-investeringssteun toegekend aan 105 actieve biolandbouwers. Dit is een stijging met ruim de helft ten opzichte van 2024, toen 2,4 miljoen euro werd uitgekeerd. Dit markeert het hoogste steunniveau in vijf jaar tijd, zo blijkt uit het jaarlijkse biorapport dat het Agentschap Landbouw en Zeevisserij vandaag publiceert naar aanleiding van EU Organic Day.
Ongeveer 623.000 euro VLIF-steun werd specifiek verleend aan 12 biobedrijven voor investeringen gericht op biologische productie. Dit omvatte de aankoop van biologisch gecertificeerd plantgoed of de aanpassing van stallen voor het houden van dieren onder biocontrole gedurende minstens vijf jaar. Daarnaast ging veel steun naar investeringen in energiebesparende maatregelen, automatisatie, en verbeteringen op het gebied van waterkwaliteit, -kwantiteit en -beheer.
De totale overheidssteun voor de biologische landbouwsector steeg in 2025 met 14% tot 7,2 miljoen euro. Van dit bedrag wordt 44% ingezet voor onderzoek en kennisopbouw, en 43% voor de stimulering van de biologische productie. Biolandbouwers ontvangen gemiddeld minder inkomenssteun, maar hogere bedragen voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen in vergelijking met bedrijven in de totale landbouwsector.
Eind 2025 telt Vlaanderen 639 biologische landbouwbedrijven, een toename van 5 ten opzichte van 2024. Hun aandeel in het totale aantal landbouwbedrijven bedraagt nu 3%. Tuinbouw is de meest voorkomende bedrijfsspecialisatie, gevolgd door akkerbouw en veeteelt. Een groeiend aantal bioboeren combineert de landbouwactiviteit met andere biologische ketenactiviteiten, zoals distributie of bereiding van bioproducten.
Het biologische areaal is gegroeid naar 10.483 hectare, wat neerkomt op 1,7% van de totale cultuurgrond in Vlaanderen. Ongeveer 83% van dit bioareaal is volledig biologisch, terwijl de overige 17% in omschakeling is. Grasland en voedergewassen nemen bijna driekwart van het bioareaal in beslag. West- en Oost-Vlaanderen hebben de grootste bioarealen, maar Limburg en Vlaams-Brabant hebben met 2,1% het hoogste bioaandeel in hun totale landbouwareaal. Op teeltniveau zijn er provinciale verschillen: fruitteelt is geconcentreerd in Vlaams-Brabant en Limburg, terwijl voedergewassen belangrijk zijn in Oost- en West-Vlaanderen.
Een kwart van de biologische landbouwbedrijven houdt dieren onder biocontrole. Het aantal biologische varkens-, pluimvee- en geitenhouders neemt licht toe, terwijl het aantal rundvee- en schapenhouders stabiliseert. De biologische veestapel groeit met 4%, voornamelijk door een stijging bij pluimvee. Ook het aantal varkens onder biocontrole neemt toe, terwijl er een terugval is bij runderen, geiten en vooral schapen. Het biologische aandeel van de veestapel blijft voor de meeste diersoorten beperkt.
Informatie opgesteld op basis van de officiële bron: Departement Landbouw en Visserij (23/09/2026)