Onderzoekers blokkeren signalen om agressieve hersentumor makkelijker te verwijderen
Nieuwe strategie remt verspreiding van glioblastoom door communicatie tussen afweer- en tumorcellen te onderbreken.
Door Wouter De Smet
••3 min leestijd
AI
Generieke afbeelding van een microscoopglaasje met wazige cellen en levendige kleuren, die biologisch onderzoek voorstellen, met een hint van een laboratoriumomgeving op de achtergrond, zachte focus, wetenschappelijke illustratiestijl.
Onderzoekers van VIB en KU Leuven hebben een nieuwe strategie ontwikkeld om de verspreiding van glioblastoom, de meest agressieve hersentumor, af te remmen door specifieke signalen tussen afweercellen en tumorcellen te blokkeren.
In een nieuwe studie, gepubliceerd in Cancer Cell, slaagden onderzoekers van VIB en KU Leuven erin de verspreiding van glioblastoom (de meest voorkomende en agressiefste hersentumor bij volwassenen) af te remmen door specifieke signalen tussen afweercellen in de hersenen en tumorcellen te blokkeren. De ontdekking wijst op een mogelijke nieuwe behandelingsstrategie: door de communicatie tussen afweer- en kankercellen te blokkeren, blijft de tumor beter afgebakend en kan hij gemakkelijker worden verwijderd.
Glioblastoom is de agressiefste hersentumor bij volwassenen, met een gemiddelde overleving na diagnose van ongeveer 15 maanden. De tumor is moeilijk te behandelen omdat tumorcellen zich verspreiden in het omliggende hersenweefsel, wat volledige verwijdering vaak onmogelijk maakt. Hoe vollediger de tumor kan worden verwijderd, hoe beter de overlevingskansen. Het beter afbakenen van de tumor vóór een operatie zou dus een belangrijke strategie kunnen zijn om de levens van patiënten te verlengen.
Onderzoekers van het VIB-KU Leuven Centrum voor Kankerbiologie, onder leiding van prof. Gabriele Bergers, bestudeerden de wisselwerking tussen tumorcellen en microglia, de afweercellen van de hersenen. Microglia bevorderen de ontwikkeling van glioblastoom door bepaalde eiwitten af te scheiden die tumorcellen gebruiken om te groeien. De rol van lipiden, vetachtige moleculen, in dit proces was tot nu toe minder bekend.
Met behulp van muismodellen en weefsel van patiënten met glioblastoom ontdekten de onderzoekers dat tumorcellen lipiden gebruiken die door microglia worden vrijgegeven. Deze maken de tumorcellen beweeglijker en helpen hen om gezonde delen van de hersenen binnen te dringen.
“
"We ontdekten dat microglia een specifiek type lipide vrijgeven, zogenaamde lysophosphatidic acids of LPA’s. Deze LPA’s binden zich vervolgens aan tumorcellen en activeren processen die hen helpen om zich verder door de hersenen te verspreiden."
De wetenschappers onderzochten vervolgens of ze deze wisselwerking konden blokkeren om de tumor minder invasief te maken. Dit bleek succesvol.
“
"We konden deze signalen onderbreken en de tumoren daardoor minder invasief en beter afgebakend maken. Hoewel de grootte van de tumor niet veranderde, wijzen deze resultaten op de mogelijkheid om patiënten vóór een operatie te behandelen, zodat hun tumor beter afgebakend en daardoor gemakkelijker operatief te verwijderen is. Omdat deze aanpak de verspreiding van de tumor beperkt, maar de tumor zelf niet verkleint, zou ze gecombineerd kunnen worden met behandelingen die de tumor wel verkleinen. Dat zou de overlevingskansen van patiënten verder kunnen verbeteren."
Tests met tumorcellen van patiënten bevestigden dat afweercellen de tumorverspreiding op dezelfde manier bevorderden als bij muizen. Dit suggereert dat de bevindingen mogelijk ook bij menselijke patiënten toepasbaar zijn.
“
"Het was behoorlijk verrassend om te zien hoe sterk het mechanisme dat we bij muizen ontdekten ook terugkwam bij glioblastoom bij mensen, wat suggereert dat onze bevindingen mogelijk ook bij patiënten toepasbaar zijn."
Professor Gabriele Bergers benadrukt dat de aanpak zich richt op de communicatie tussen afweer- en kankercellen, niet op de genetische kenmerken van de tumorcellen. Hierdoor zou deze strategie bij een bredere groep glioblastomen kunnen worden toegepast, ondanks de heterogeniteit van deze tumoren.
Het onderzoek werd ondersteund door diverse fondsen, waaronder het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) en Kom op tegen Kanker.